De genomineerde dichters selecteerden een gedicht uit hun debuut om zich alvast mee voor te stellen aan het publiek.
Ester Naomi Perquin (1980) koos ‘Vertegenwoordiger’ omdat ‘dit gedicht uitgaat van een moeilijk te verkroppen misverstand; dat de buitenlaag in zekere zin het binnenste vertegenwoordigt. (...) Weten dat je bedondert wordt, vermoedens hebben van vreemd onderhuids leven – maar het niet zichtbaar kunnen krijgen. Dat misverstand. Dat besef van nooit aan te tonen, instinctief Gelijk – en een bangerik zijn, die te vaak de ogen sluit.’
Vertegenwoordiger
Je bent naar alle waarschijnlijkheid
veel langer, breder ook dan ik nu zie,
hebt meer ogen bovendien, allerhande
tastende gevoeligheden, waaronder oren
voor zelfs het minst geluidmakende leven
om je heen: kaarslicht, slapend kikkerdril.
Je hebt in het echt misschien een been
dat mankt, je loopt gebogen, hoofd omhoog,
of liever hoofden, meerstemmig ook.
Je spreekt in vreemde tongen, als je
spreekt – maar meestal blijf je stil.
Ik kan het allemaal niet zeker weten.
Het lichaam dat jou lijkt uit te drukken,
jou verpakt en dan in porties aan
mijn blik verkoopt, maakt de winst,
loopt wel binnen, doet maar alsof
het jou mag zijn, alsof het bestaat:
onverdraaglijk traag ademend ding
dat zich om je vormen wringt.
Uit: Servetten halfstok. Uitgeverij G.A. van Oorschot, 2007